Doorbellen en rapporteren van resultaten

 

Van elke analysevoorschrift wordt een rapport gemaakt. Dit rapport wordt elektronisch ter beschikking gesteld voor alle artsen verbonden aan het ziekenhuis, de aanvrager heeft individueel de keuze al of niet een extra papieren rapport te ontvangen. Niet aan het ziekenhuis verbonden aanvragers krijgen steeds een papieren protocol. De papieren protocols worden systematisch uitgeprint zodra het rapport volledig is. Onvolledige protocols worden na 72 uur een eerste maal uitgeprint. Daarna volgt een addendum bij ieder bijkomend resultaat en een finaal rapport zodra de status volledig wordt bereikt. Enkel medisch gevalideerde analyseresultaten worden uitgeprint. De analyseresultaten worden ter beschikking gesteld van de voorschrijver en aan de door de voorschrijver aangeduide collega-artsen. Het rapport vermeld steeds wie een kopij ontvangt van het papieren laboprotocol.

 

Gewijzigde analyseresultaten worden zowel op papieren als op elektronische protocols duidelijk aangegeven door middel van een voetnoot en commentaar "gewijzigd resultaat". Bij wijziging van een analyseresultaat wordt een nieuw protocol bezorgd. Op een geprint protocol wordt het resultaat automatisch gemerkt met een (x), op een elektronisch rapport manueel d.m.v. een extern commentaar.  De klinisch bioloog beslist of de aanvrager al dan niet actief wordt verwittigd van de wijziging, en of het vorig resultaat relevant is om op het gewijzigde rapport te vermelden.

 

Analyses van weinig frequente, gespecialiseerde testen die worden uitbesteed aan een ander (referentie)laboratorium, komen ook op het rapport terecht onder de rubriek "doorgestuurde onderzoeken". Het originele rapport van het uitvoerend labo wordt eveneens aan de aanvrager bezorgd, een kopie wordt in het labo bewaard.

 

Resultaten die kunnen wijzen op een levensbedreigende situatie voor de patiënt zijn in overleg met de artsen vastgelegd en worden onmiddellijk telefonisch doorgegeven aan de behandelende arts of zijn assistent(e).