< Meer nieuws

Tryptasebepaling op serum

01.10.2018

Vanaf 1 oktober 2018 wordt de test tryptase niet meer doorgestuurd naar UZ Leuven maar wordt dit door de dienst Laboratoriumgeneeskunde AZ Delta zelf bepaald met dezelfde methode (ImmunoCAP® Tryptase) in satellietlabo Torhout op Phadia 250.

In het kader van de uitbreiding van het portfolio aan allergietesten werd er beslist om ook tryptase in huis te bepalen. De bepaling gebeurt momenteel 1 keer per week in batch op donderdagnacht. Bij een stijging van het aantal aanvragen voor deze parameter kan dit aangepast worden naar 2 keer /week.

 

Praktische info omtrent staalafname:

- Tryptasebepaling gebeurt op serum.

- De test tryptase is in HIX terug te vinden onder ‘aanvraag laboratorium’ - tabblad allergie.

- Tijdstip van afname is belangrijk bij een (vermoeden van) anafylactische reactie:

Stalen moeten zo snel mogelijk (binnen 15 min tot 3 u) na het event afgenomen worden, gevolgd door liefst 2 consecutieve stalen na 3-6 u en na 24-48 u om basisniveau te bepalen.

- Basiswaarde van tryptase bepalen kan op elk moment (voor of na) buiten een periode van acute reacties .

 

 

Tryptase is het belangrijkste eiwit in mastcellen.

Bij IgE gemedieerde allergische reacties worden mastcellen geactiveerd en zetten ze inflammatoire mediatoren, waaronder tryptase, vrij.

 

De basale concentratie is een maat voor het aantal mastcellen, waarbij elk individu een eigen unieke basiswaarde heeft, stabiel over de tijd.

In gezonde individuen liggen de basiswaarden normaal tussen de 1 en 15 µg/L.

 

Patiënten met verhoogde basale concentraties, gewoonlijk > 10 µg/L, worden beschouwd een hoger risico te hebben op een ernstige anafylactische reactie.

- Waarden tussen 10 en 20 µg/L reflecteren een verhoogd aantal mastcellen, door een mogelijks (maar niet altijd noodzakelijk) onderliggende mastocytose.

- Verhoogde basale concentraties worden gezien in mastocytose:

- Cutane mastocytose (urticaria pigmentosa): meestal < 20 µg/L
- Systemische mastocytose: meestal > 20 µg/L

Het verhoogde risico op anafylaxie is belangrijker bij patiënten met een gekende geschiedenis van ernstige systemische reacties.

 

 

Verhoogde tryptase waarden als risicofactor voor ernstige anafylactische reacties (1,4,5,9,10) is voornamelijk van belang:

1. in het onderzoek en de behandeling van ernstige reacties tegen insectengif (o.a. ook bij immunotherapie):
25% van de patiënten met ernstige reacties vertonen een verhoogde basiswaarde van tryptase. Vandaar het belang om deze patiënten te identificeren vermits zij risicopatiënt zijn op ernstige anafylaxie. Mogelijks (maar niet noodzakelijk) kan dit te wijten zijn aan onderliggende mastocytose.

De bepaling van tryptase op een staal afgenomen tijdens (binnen 15 min tot 3 u na reactie) en na de reactie om zo een transiënte verhoging van tryptase na te gaan, kan de activatie van mastcellen confirmeren.

Sowieso suggereren verhoogde basiswaarden van tryptase speciale aandacht bij deze patiënten:

- wegens het verhoogde risico op ernstige reacties bij insectenbeten kan de indicatie voor immunotherapie ondersteund worden

- bij elke behandeling met immunotherapie op te letten voor ernstige reacties

- bij insectengif-allergische patiënten met onderliggende mastocytose moet levenslange immunotherapie overwogen worden.

 

2. bij ernstige reacties op geneesmiddelen bij chirurgie (anesthetica en andere perioperatieve substanties)

Ook hier zijn verhoogde basiswaarden van tryptase een risicofactor voor ernstige reacties tijdens chirurgie, naast specifieke IgE antistoffen tegen substanties waaraan de patiënt wordt blootgesteld gedurende de chirurgische ingreep.

Ter confirmatie van een anafylactische reactie is het belang om de transiënte tryptase stijging te bepalen tijdens de perioperatieve fase goed gekend.

Mogelijke triggers zijn hier o.a (niet-limitatief):

          -succinylcholine

          -latex

          -penicillines (β-lactams)

          -chlorhexidine

          -thiopental

          -morfine

          -contraststoffen
 

 

Tryptase bij allergie en anafylactische reacties (1,4,5,7,9,10):

Transiënte toename van tryptase met concentraties van 20 tot > 200 µg/L is het best meetbaar in bloed na ernstige anafylactische reacties, met respiratoire en cardiovasculaire symptomen. Echter ook in minder ernstige reacties kan een transiënte stijging gemeten worden.

Zowel de stijging zelf als de grootte van de tryptase stijging is meer uitgesproken na IgE gemedieerde reacties dan na niet-immunologische reacties, en meer uitgesproken na parenterale dan na orale of geïnhaleerde toediening van mastcel activerende substanties.

Systemische anafylactische reacties zonder tryptrase stijging kunnen veroorzaakt worden door andere niet-mastcel pathways

Post mortem bepaling van verhoogde tryptase kan een additionele diagnostische merker zijn wanneer anafylaxie vermoed wordt als doodsoorzaak.

 

Een mastcel-activatie kan het best geconfirmeerd worden aan de hand van het tijdsverloop van de tryptaseconcentratie.

Het piekniveau wordt bereikt 15-120 minuten na start van de reactie. Dan nemen de waarden de volgende 3-6 uur geleidelijk af om over het algemeen na 24 uur terug het baseline niveau te bereiken.

Het eliminatieprofiel wordt daarom best gecontroleerd aan de hand van 3 consecutieve stalen:

          1e staal 15 min tot 3 u na start symptomen

          2e staal: 3 – 6 u na start symptomen

          3e staal: 24-48 u na start symptomen om de basiswaarde (individueel stabiel over de tijd) te bepalen

Als de waarde van het 3e staal nog boven de normale range ligt, wordt aanbevolen om 1-2 weken na het event nogmaals tryptase te bepalen ter verificatie van de basis concentratie.

 

 

 

Een mastcel-activatie wordt geconfirmeerd als (11):

De stijging van tryptase (= tryptase piekwaarde min basiswaarde) is minstens 20% boven de individuele basiswaarde + 2 µg/L.

 

Om de onderliggende oorzaak van een ernstige reactie op te sporen, moet een tryptase-bepaling overwogen worden, samen met grondige anamnese en relevante specifieke IgE antistoffen bepaling om de oorzakelijke trigger te vinden en potentiele levensbedreigende blootstelling hieraan te kunnen vermijden.

 

 

Tryptase bij mastocytose (1,2,3,6):

Persisterende hoge waarden van tryptase reflecteert een verhoogd aantal mastcellen, door een mogelijks (maar niet altijd noodzakelijk) onderliggende mastocytose.

De bepaling van tryptase wordt door WHO aanbevolen als mineur diagnostische criterium bij vermoeden van systemische mastocytose.

- Cutane mastocytose (urticaria pigmentosa): meestal < 20 µg/L
- Systemische mastocytose: meestal > 20 µg/L (in afwezigheid van geassocieerd myeloïd neoplasme)

De tryptase waarden overlappen tussen verschillende categorieën van de ziekte (zie onderstaande grafiek).

Bij de diagnose van Smoldering systemic mastocytosis (SSM) zijn de tryptase waarden gewoonlijk > 200 µg/L en in meer agressieve vormen >> 200 µg/L.

Ook systemische mastocytose is een risicofactor voor anafylactische reacties vnl. bij insectenbeten en op medicatie.

 

  

 

 

 

Tryptase bij hematologische neoplasma’ s (1,2):

Hematologische abnormaliteiten en maligniteiten kunnen ook gepaard gaan met (sterk) verhoogde tryptase-waarden. Het gaat dan over een ongecontroleerde groei van immature myeloide cellen in het beenmerg en/of de bloedbaan zoals bij:

          - Acute myeloide leukemie (AML):                                30-40 % patiënten met verhoogde tryptasewaarde

          - Chronisch myeloide leukemie (CML):                         40-50 %                 “              “                              “

          - Myeloproliferatieve aandoeningen (MPD):               MPD zonder CML: 5-40 %  “                             “

          - Myelodysplastisch syndroom (MDS):                           20-30 %                                “                              “

          - Chronisch myelomonocytaire leukemie (CMML)      40-60 %                                “                              “

          - Andere myeloide neoplasma’s

          - Chronische eosinofiele leukemie (CEL)

 

 

Tryptase als monitoring en prognostische merker (1,2,8):

Tryptase kan ook gebruikt worden als merker voor opvolging en prognose van therapie bij systemische mastocytose en hematologische neoplasma’ s.

 

Referenties:

1. Schwartz LB. Diagnostic Value of Tryptase in anaphylaxis and Mastocytosis. Immunol Allergy Clin N Am 2006;26:451-463.

2. Valent P.Diagnostic Evaluation and Classification of Mastocytosis. Immunol Allergy Clin N Am 2006;26:515-534.

3.Sperr WR, Jordan J-H, Fiegl M, Escribano L, Bellas C, Dirnhofer S, Semper H, Simonitsch-Klupp I, Horny H-P and Valent P. Serum Tryptase Levels in Patients with Mastocytosis: Correlation with mast Cell Burden and Implication for Defining the Category of Disease. Int Arch Allergy Immunol 2002;128:136-141.

4.Biló BM, Rueff F, Mosbech H, Bonifazi F, Oude-Elberink JNG & the EAACI Interest Group on Insect Venom Hypersensitivity: Diagnosis of Hymentoptera venom allergy. Allergy 2005;60:1339-1349 / EAACI Position Paper

5. Bonifazi F, Jutel M, Biló BM, Birnbaum J, Müller U and the EAACI Interest Group on Insect Venom Hypersensitivity: Prevention and treatment of hymenoptera venom allergy: guidelines for clinical practice.

Allergy 2005;60:1459-1470 / EAACI Position Paper

6.Valent P, Horny H-P, Escribano L, et al. Diagnostic criteria and clasification of mastocytosis: a consensus proposal. Conference Report of ”Year 2000 Working Conference on Mastocytosis.” Leuk Res 2001;25:603-25.

7. Kucharewicz I, Bodzenta-Lukaszyk A, Szymanski W, Mroczko B, Szmitkowski M. Basal Serum Tryptase Level Correlates With Severity of Hymenoptera Sting and Age. J Investig Clin Immunol 2007;Vol.17(2):65-69.

8.Butterfield JH, Tefferi A, Kozuh GF. Successful treatment of systemic mastocytosis with high-dose interferon-alfa: long-term follow-up of a case. Leukemia Research 2005;29:131-134.

9. Haeberli G, Brönnimann M, Hunziker T and Müller U. Elevated basal serum tryptase and hymenoptera venom allergy: relation to severity of sting reactions and to safety and efficacy of venom immunotherapy. Clin Exp Allergy 2003;33:1216-1220.

10.Ebo DG, Fisher MM, Hagendorens MM, Bridts CH, Stevens WJ. Anaphylaxis during anaesthesia: diagnostic approach.

Allergy 2007;62:471-487.

11. Valent et al. Definitions, criteria and global classification of mast cell disorders with special reference to mast cell activation syndromes: a consensus proposal. Int Arch Allergy Imm. 2012;157:215-25.

Inge De Cuyper


< Meer nieuws